Author Archives: Redactie LSVV '70

Dames 1: de smaakmakers van de tegenstand in de 4e klasse (’19/’20)

De onzen kent u inmiddels door en door. Maar een competitie is geen competitie zonder tegenstand. En als je ergens de ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal kunt waarnemen, is het op de grens tussen kelderklasse en categorie A: in de vierde klasse. De volgende uitblinkers verheffen dit strijdtoneel tot een podium dat toeschouwers waardig is. Maak kennis met de elf smaakmakers van de vierde klasse van afgelopen seizoen.

De Manuel Neuer van de 4e klasse – Mandy Poelwijk is nooit te beroerd om voetballend bij te dragen aan de opbouw. © SV Zevenhoven.

Onder de lat kunnen we niet heen om de beste sluitpost van de competitie: Mandy Poelwijk. Zevenhoven gaat dankzij Corona de dubbel en dwars verdiende titel dit seizoen niet binnenslepen, maar hoofdverantwoordelijke voor nul verliespunten en slechts acht (!) tegentreffers in elf duels (en maar één tegentreffer in een onbeslist bekeravontuur waarin haar team in de kwartfinale staat) is zonder twijfel de doelvrouw van het geel-rood. Katachtige reflexen, altijd in staat mee te voetballen en een loepzuivere doeltrap. Poelwijk is de zekere factor op doel.

Voor het centrale duo blijven we nog even in rood-gele contreien hangen. Want zo onpasseerbaar als Poelwijk als sluitpost is, zo onvermurwbaar is de ‘Muur van Zevenhoven’. Anne Rietveld boezemt als centrale verdediger menig spits schrik in. Sterk in duels, onklopbaar in de lucht en een onmisbare schakel in de opbouw. Onmiskenbaar de sterkste laatste vrouw van deze jaargang.

Pal naast Rietveld staat één van de twee vrouwen die hoofdelijk aansprakelijk is voor het feit dat de nummer 3 op de ranglijst de nummer 2 is qua minste tegendoelpunten. Met de ogen van een havik doorziet voorstopper Desiree van Straalen iedere vijandelijke tegenaanval. Daarmee loopt de verdedigster van Voorschoten ’97 altijd een stap voor op haar tegenspeelsters. Op het juiste moment instappen is het devies – Van Straalen is van het type speelster dat iedere defensie nodig heeft.

Op rechtsback vinden we Van Straalens ‘partner in crime’ Tessa van der Luit. In haar eigen ploeg het onafscheidelijke centrale duo met Van Straalen vormend, in deze selectie naar de backpositie verschoven vanwege de onverzettelijke Rietveld. Maar Van der Luit mag absoluut niet ontbreken – ze behelst de definitie van de moderne verdediger: verdedigend koel, maar in de opbouw de ware architect. Schakelt razendsnel om, weet altijd de vrije medespeelster te vinden en durft als dat nodig is het middenveld in te lopen om een overtal te creëren. Sleutel in de opbouw van achteruit.

Eline Aartsen, vedette van VV Noordwijk, op haar best: met de bal aan de voet. © VV Noordwijk

De linksback zouden we in de jaren ’90 hebben vergeleken met Italiaan Paolo Maldini – tegenwoordig zou de vergelijking met de Engelse Lucy Bronze niet misstaan. Daphne Bouwmeester lijkt als verdediger van de nummer 12 op de ranglijst misschien een vreemde eend in de bijt, maar vergist u niet: Bouwmeester is misschien wel de beste voetbalster van deze elf. Perfectie in de sliding, maar vooral de passing en techniek als ze de bal aan de voet heeft maken indruk. Dit seizoen geteisterd door blessureleed en bovendien bevat de ploeg van ROAC misschien niet de kwaliteit die je graag naast haar ziet – toch mag Bouwmeester niet ontbreken.

Subtopper Blauw-Zwart eindigt dit incomplete seizoen als vierde, en als je daar één verantwoordelijke voor zou moeten aanwijzen, is dat zonder meer de officieuze aanvoerder van de Wassenaarse ploeg: Nathalie Vosse heeft zich in de laatste drie jaar ontpopt tot de grootste angstgegner voor LSVV ’70. Niet geheel verrassend nam ze dit seizoen in de 2-2 kraker op het WMS de twee tegendoelpunten voor haar rekening. Vosse is onverzetbaar, oersterk en heeft bovendien de leiderschapscapaciteiten die alleen de beste aanvoerders hebben. Het litteken van een kopduel met onze Van Dam doet niets af aan haar karakter. Niet voor niets ook de captain van deze all-stars-ploeg.

En als we het over angstgegners hebben, mag een beruchte Noordwijkse basketbalster absoluut niet ontbreken. Maakte niet al te lang geleden na een lange voetbalcarrière bij SJC korte tijd furore in die andere sport, en heeft daarmee op het WMS een mythische status en de geuzennaam ‘de basketbalster’ verworven. Sinds haar terugkeer in het voetbal is Eline Aartsen echter het technische middelpunt van het wit-rood van VV Noordwijk. Snel, technisch en ongrijpbaar op de kleine ruimte – Aartsen weet zich uit iedere onmogelijke situatie te draaien, weet met onmogelijke schijnbewegingen tegenstanders op het verkeerde been te zetten en is bovendien nooit de controle kwijt. Hier op het middenveld gezet vanwege haar passing, maar ook één-op-één met een keeper dodelijk.

Stephanie Pan is al jaren de onbetwiste aanvoerder van FC Lisse. © FC Lisse.

Op rechtsmid staat de aanvoerder van FC Lisse die je eigenlijk op elke positie van het veld kwijt kunt: Stephanie Pan weet altijd het vuur aan te wakkeren van de geel-blauwe ploeg die op de 7e plaats is geëindigd. Pan is altijd daar waar het nodig is: is achterin een mannetje meer nodig? Pan laat zich zakken. Moet er een bal vanuit de tweede lijn tegen de touwen gejaagd worden? Pan duikt het gat achter haar aanval in. Deze Lissenaar brengt altijd dat beetje karakter dat een ploeg over de streep kan trekken.

In de spits vinden we een ploeggenoot van verdedigster Bouwmeester: Pip Veilbrief mag dan geen hoge ogen hebben gegooid met ROAC dit seizoen én zag zich net als haar ploeggenoot geteisterd door blessureleed – qua afronding is ze eigenlijk de gedroomde nummer 9 van iedere ploeg. Veilbrief is pijlsnel en verschrikkelijk kalm in het vijandelijke strafschopgebied. Daar heeft ROAC haar misschien te weinig gebracht, in dit all-stars-team zou dat zeker een ander verhaal worden.

Op linksbuiten mag Esther Belt als Zoeterwoudse sterkhouder niet ontbreken. Belt bezorgde SJZ in 2016/’17 hoogstpersoonlijk de titel in de 5e klasse. Inmiddels is de ploeg een stabiele vierdeklasser, maar als alle SJZ’ers dezelfde klasse als Belt zouden tentoonspreiden was het wit-groen allang voor de tweede keer gepromoveerd. Snel, sterk aan de bal, en een verwoestend schot. De transfer naar LSVV ’70 heeft ze altijd afgehouden, maar Belt is een cultheld van Rutger Goudriaan-achtige proporties.

Op rechstbuiten staat het grootste talent van dit jaar en waarschijnlijk de speelster met de zuiverste techniek. De DoCoS-selectie maakte dit jaar een stormachtig debuut vanuit de MO19 en verrastte vriend en vijand met verzorgd en aanvallend voetbal. Lieske de Kleer was daarin zonder meer de blikvanger van de jonge Leidse ploeg. Iedere lang bal richting de rechterflank betekende dit seizoen een Bergkampiaanse aanname, en iedere bal aan de voet van De Kleer betekende ook meteen gevaar.

Tot slot: een trainersdiploma is in de vierde klasse nog niet vereist, maar aan strategisch vernuft heeft het langs de zijlijn dit seizoen niet ontbroken. Eén trainer spande daarbij de kroon: Patrick Eijs van Zevenhoven beschikte misschien over de sterkste ploeg van de ranglijst, maar door ook nog eens te spelen met een valse nummer 9 op de spitspositie trok de Zevenhovense oefenmeester tal van defensies uit elkaar. Niet voor niets scoorde zijn ploeg dit seizoen de meeste doelpunten – ook met vier (!) wedstrijden minder dan uiteindelijke ‘koploper’ DoCoS!

50 jaar LSVV ’70 – een ode.

Vandaag, op dinsdag 28 april 1970, bestaat LSVV ’70 precies 50 jaar.

Terreinmeester Piet, de brommende, goedbedoelende maar doorgaans onbegrepen vrijwilliger van Lugdunum voor wie de Kikkerpolder als geboortegrond is, kom ik nog iedere thuiszaterdag tegen. Bij het vervangen van de hoekvlaggen. Die van Lugdunum de grond uit, die van LSVV erin. We kletsen dan vaak wat en meestal mondt dat uit in een mijmeren van Piet over een periode waarin LSVV wat kleiner was en de relatie met onze buur (wellicht daardoor) wat minder complex. De gebroeders Jansen leven dan steevast weer op in de door nostalgie gekleurde heugenis: de techniek van Koen, de kilometers van Wouter, de komst van de jongste en altijd alles met een knipoog. De terreinmeester krijgt een fonkeling in zijn ogen. Zo was LSVV ’70.

Ik ken dat LSVV van horen zeggen. Ik heb de eer gehad sommige van die hoofdrolspelers van weleer te mogen ontmoeten – bij een Fokko Memorial, het afscheid van De Mug, of bij zo’n potje op de Toekomst tegen Aron Winter en consorten. Mannen als de beide Peters, Hidde Rykema, Joost van der Burg of nestor Job Weststrate, van wie ik ooit college Middeleeuwse geschiedenis kreeg en met wie ik nu zowaar in een commissie mag zitten. Verrek, ik had eens een sollicitatiegesprek met een lobbyist van in de vijftig die naar mijn CV wees en vroeg naar mijn bestuursfuncte bij die club in Leiden – hij had zelf als twintiger derby’s gespeeld tegen LSVV met Koudekerk. En in de bibliotheek van het FSW zit een vakreferent die deel was van de vrouwenploeg die begin jaren ’80 furore maakte in het rood-wit.

Het is allemaal deel van wat deze club een soort cultstatus heeft gegeven. Maar het is niet echt mijn LSVV. Mijn LSVV kent nieuwe hoofdrolspelers die op hun beurt tot in lengte van dagen over hun tijd over het rood-wit van hun studententijd zullen mijmeren. Helden als de mannen van Jong LSVV, die het studentenvoetbal niet achter zich willen laten omdat de verbondenheid te groot is geworden: Jacob Bakermans staat nog ieder weekend dat ‘ie even over is vanuit Oxford, langs de zijlijn, Johan Niemeijer kwam gewoon terug na enig vaderschapsverlof. Helden als Marijn de Jong, die nu fitter dan ooit is zodat hij LSVV 6 volgend jaar door de achtste klasse heen kan loodsen. Heldinnen als Marike van Dam, die in augustus 2014 bij de allereerste training van de herrezen vrouwentak was, en nu al jaren geen training of wedstrijd meer mist. Helden als Bastiaan Koutstaal, die als arts al jaren het medisch hart van een zaalteam met een dominee, een programmeur en een insectenkenner vormt. Helden als Jan Nonkes, die een trainersdiploma bezat en daarom werd gevraagd om alsjeblieft op zaterdag anderhalf uur voor de dug-out van het eerste te staan, maar vervolgens verliefd werd op de club en serieus opvolger werd van Sir Wim Mugge. Helden als Mees ten Hooven, die uit liefde voor de club de sprong in het diepe waagde en zijn team meesleepte naar de stille zondag omdat we de nieuwe leden nu eenmaal niet meer kwijt konden op de zaterdag. LSVV 5 of Zondag 3: het voetbal is nog steeds niet om aan te gluren, maar die studenten en oud-studenten zijn precies wat LSVV vormt.

En allemaal dragen ze dat rode shirt, met dat logo dat in de jaren ’90 eens in Paint gefabriceerd werd en verdacht veel lijkt op dat van een club uit Milaan. Allemaal zingen ze het ‘Bloed aan de palen’ zonder te weten hoe dat la-la-la-gedeelte nu echt moet eindigen. Allemaal foeteren ze op elkaar als het zo mooi bedoelde voetbal opnieuw geresulteerd heeft in een tegentreffer van een team dat toch eigenlijk beduidend minder goed kan voetballen. Allemaal weten ze dat er buiten de club geen haan naar hun voetbalkwaliteiten kraait. En allemaal leven ze op als de NOS, de Voetbal International of de Volkskrant toch weer eens de letters, apostrof en cijfers van onze club spelt, omdat er weer een mondige clubgek in de pen is geklommen.

Een Braziliaan van ergens in de dertig zit tussen een groep vrienden in de kleedkamer onder de tribune. Hij is zojuist geïntroduceerd als ‘De Verlosser’, maar de wedstrijd die zo gespeeld wordt zal gewoon met 0-2 worden verloren. “Niet alle ballen uithalen,” spreekt de trainer, “daar is het Nederlands voetbal kapot aan gegaan. Vertrouw op de creativiteit van Paulus, Jiddo en de Messias.” De Braziliaan verstaat er niks van, er wordt gelachen in de kleedkamer. De Braziliaan heeft nog geen weet van de vijftig jaar clubliefde die zoveel oud-studenten nog door het bloed stroomt, ook als ze maar drie tot vijf jaar van die vijftig mochten meemaken. Weldra maakt hij er ook deel vanuit.

Namens de Lustrumcommissie, Wietse Jelles

Dames 1: de spreekwoordelijke nachtkaars in cijfers

En dat was het dan: met uiteindelijk maar 12 van de uiteindelijke 25 competitiewedstrijden gespeeld, zit het seizoen er op. In een totaal van 17 wedstrijden waren maar 3 tegenstanders in 4 wedstrijden de rood-witte damesselectie de baas. 10 wedstrijden werden gewonnen, tot Corona zand in de motor strooide. Niet getreurd, de cijfers nemen ze ons niet meer af. Tijd voor een korte terugblik longread in highlights. Nog maar eens dezelfde waarschuwing als bij de vorige editie: dit gaat ver. Privacywaakhond Bits of Freedom zou hier rillingen van krijgen.

Aanvoerder en Kattuks stijlicoon De Heer heeft maling aan anderhalve meter. Het moet compact.

De meeste wedstrijden (alle) werden dit seizoen gespeeld door zekerheidje Van Dam. Dat verbaast getuige haar dito ranglijst-notatie op de trainingspresentielijst niemand, maar de meeste minuten werden toch echt gemaakt door aanvallende middenvelder Amesz. Met 1374 minuten speelde ze overigens maar 4 minuten meer dan Van Dam. Close call!

We bouwen op van achteren. Maar liefst drie doelvrouwen stonden dit seizoen onder de lat: Angenent, VR2-telg Zwep en een back die in een vorig leven doelvrouw was: Emma Klaassen. Alleen onze eerste keus knuffel-Koreaan wist echter (driemaal!) de nul te houden. En nog mooier: ze pakte ook de enige strafschop die de biancarosse dit seizoen tegen kregen. Hulde! Maar was dat genoeg voor Jissie? Welnee! De sympathieke sluitpost werd ook nog even en passent het vaakst uitgeroepen tot Woman of the Wedstrijd (4 keer). Ja-na-, ja-na- tuurlijk!

Capitana De Heer maakte ondanks haar stressvolle bestaan (u mag morgenavond 20:00 uur wel weer even applaudisseren) de meeste minuten als centrale verdediger (955 minuten), maar gebruikte dat voorrecht niet om de minst gepasseerde centrale verdediger te worden. Spaanse furie Vargas Navarro kreeg als centrale sluitpost slechts 0,0110 doelpunten per minuut tegen (4 stuks in 363 minuten). Al moeten we hier in alle eerlijkheid vermelden dat koningin van de flank Imaan Bijl een beter gemiddelde had, van 0 per minuut. Maar zij speelde maar 27 minuten centraal achterin, dus dat laten we maar even buiten beschouwing.

Linksback Stel stelde enigszins teleur dit seizoen. Niet in haar spel overigens, geen enkele vijandelijke rechtsbuiten mocht ook maar van enige vorm vrijheid genieten. Met name in de kaskraker tegen RCL (5-4 op veld 3) maakte de vaste nummer 5 indruk op de Leiderdorpers. Stel wist echter haar persoonlijke record (97.3 decibel, vorig seizoen tegen RCL gevestigd) niet te verbreken. Niet getreurd, als ze een beetje haar best doet hoeven we haar stemgeluid ook volgend seizoen vanuit Rotterdam niet te missen.

Overigens, terug naar Vargas Navarro. Lorena, ga jij even warmlopen? Frenkie hield afgelopen seizoen de bank uitzonderlijk goed warm voor de overige wissels. Maar liefst 7 uur en 14 minuten bracht ze door op het houtwerk. Vargas Navarro werkte zich naar eigen zeggen in dat tijdsbestek door de In de ban van de ring-trilogie van Tolkien en de volledige Harry Potter-reeks. Verbluffend!

Er mag geklapt worden. En gelachen! DoCoS mocht dan de sterkere zijn in een 1-0 onderonsje. Ze hadden daar wel een 40 gram lichtere bal voor nodig. Om je te bescheuren!

Vaste nummer 15 Emma Klaassen viel in haar eerste seizoen als LSVV’er de twijfelachtige eer ten deel het enige eigen doelpunt tegen de touwen te jagen. Ze luidde er de bekeruitschakeling tegen een venijnig Voorschoten mee in, maar goed – die wordt toch nooit meer uitgespeeld. Een enkel smetje op een verder blinkend blazoen overigens – Klaassen speelde een voortreffelijk seizoen.

Onze nummer zas Loos zat een tijdje in Nieuw-Zeeland, maar dat was niet lang genoeg om te voorkomen dat ze er weer even vier doelpunten van méér dan 35 meter afstand in wist te jagen. De mooiste? Een vrije trap thuis tegen Lisse – vanuit de middencirkel. Daar stond wel tegenover dat ze één van haar drie strafschoppen miste, maar dat hebben we haar alweer vergeven. Je kunt niet altijd z…

Eveneens op het middenveld houdt onze frivole dartelaar Rusman een fraaie statistiek in ere: zij speelde dit seizoen met de grootste variëteit aan rugnummers: de nummers 7, 8, 11, 12, en 15 passeerden de revue! En Rusman liet het daar niet bij zitten: bijna de helft van haar duels speelde ze op pijnstillers na het bereiken van het hoogste aantal ziekenhuis-bezoeken in één seizoen (16). De duik van de trap met glas water in de hand staat in het collectieve geheugen gegrift – heldhaftig!

Minder variëteit behelsde de opkomst van Van Haga dit seizoen (4 wedstrijden in verband met een Iers avontuur), maar de flegmatieke woordvoerder werd wel ‘surprise of the season’ met haar mysterieuze edoch heroïsche verschijning in Rijpwetering voor de vernedering van ROAC.

Nummer tien Amesz deed tegen Rijnvogels-uit een knappe imitatie van pluisje’s ‘hand van God’, maar wist die wedstrijd nog eens te boeken te halen: bij de 1-2 verliet de 410 gram wegende Ladies-bal haar voet met een recordsnelheid van 122 kilometer per uur. Tuurlijk, dat zou met een normale bal toch al snel 10% trager zijn geweest, maar Derbystar is toch maar mooi dat gat in de markt ingedoken.

En och, als we het dan toch over Amesz hebben. Dit keer tezamen met in-de-verste-verten-nog-niet-eens-quasi-back Rietveld wist ze wéér tweede te worden op de topscorerslijst (beiden met 8 doelpunten), maar voor de tweede maal op rij kroonde ze zich ook tot assistmeister met (wederom!) 9 pure assists.

De hoogste score op de schaal van lituation (9.2) bleef dit seizoen in het bezit van de Tent, maar onze nummer 12 mocht ‘m afstaan aan onze nummer 8. Braziliaanse samba-solist Ari (voorheen bekend als De Jong Junior) nam in de 27e minuut van het treffen met Blauw-Zwart de bal achter het stand been langs mee en zette daarmee twee Wasse-naarlingen op het verkeerde been. Daar hadden ze niet van terug! (of toch wel, het werd uiteindelijk 2-2.)

Alsof het niks is! Tegen ASC speelden de studentikoze protagonisten in een offensieve 3-5-2-formatie. Los daarvan telde de wedstrijdselectie ook nog even 5 (!) invallers, het hoogste aantal deze campagne.

Voorin schitterde de belofte van vorig seizoen vooral in afwezigheid: snelheidsduivel Post brak haar snelheidsrecords dit seizoen vooral in Zuidoost-Azië en liet haar naam slechts 3 maal op het wedstrijdformulier noteren. Daarmee hield ze brekebeen en stuko-Tesla Tiggelaar maar net voor zich, want de olijke sociëteitsbaas wist alvorens het afscheuren van een hoop vitaals toch nog mooi 4 duels te noteren. ‘Vo!

De overige aanvallers waren gelukkig allerminst afwezig: Van der Veen greep al op 21 september de titel van topscorer, en stond die tijdens het restant van ’19/’20 niet meer af, met uiteindelijk 16 doelpunten.

Ze was dit seizoen echter niet de enige met een hattrick, want de vrouw met het mooiste haar en de smerigste tackles – veredelde rechtsbuiten Botte Bijl ‘Ima’, afgelopen zomer toch binnengehaald als de belofte op rechtsback – pakte ook gewoon haar hattrick mee in het demasqué van Noordwijk (8-2).

Debutante ‘de Schrik van WVC’ wist even de vaste topscorer de stuipen op het lijf te jagen: (Merel) Roos kreeg het op de heupen tijdens de vernedering van ASC en pakte naast 3 assists ook even 2 goals en de topscorerstitel mee. Die moest ze helaas twee dagen later alweer afstaan aan Van der Veen, maar de stormachtige prestaties op rechtsbuiten leverden de kwieke roeicoach toch maar mooi de titel talent van het jaar op, dankzij een hoogste gemiddelde rapportcijfer van 7,9 in het grote competitieboek van de knettergekke trainer. Ga zo door, Roosie!

Dan blijft er één speler over: De Jong Senior. Trouwe rechtsback, misschien wel de meest constante factor op het veld, de Lucy Bronze van dit elftal. Maar mevrouw maakte op huurbasis furore in Bologna en miste daardoor het grootste deel van het seizoen. Gevolg: geen enkele statistiek van de Gooische alleskunner is noemenswaardig. We kunnen enkel hopen op een minder flets cijfermatig optreden in ’20/’21.

Zijn we er dan zo? Eigenlijk nog steeds niet. We zouden nog kunnen zeggen dat onze heldinnen dit seizoen in drie formaties speelden (4-3-3, 3-4-3 en 3-5-2), dat we die 3-4-3 in maar liefst 8 duels hebben mogen toepassen, dat die vier D’s van verdedigen maar niet blijven hangen (Delay, Deny, Deflect, Defend!), dat er dit seizoen één invaller op het veld stond die we nooit vóór en nooit meer na die wedstrijd hebben gezien (Coosje!), en dat er maar liefst vier spelers geen minuut (0) op de bank hebben doorgebracht. Maar u heeft een beeld hopelijk. Volgend jaar pakken we wel die beker, en fileren we dat valse-9-systeem van Zevenhoven, komen die dekselse Esther (SJZ) en Nathalie (Blauw-Zwart) niet meer tot scoren, winnen we eindelijk eens een wedstrijd van Voorschoten ’97 en trekt Rietveld af en toe eens een sprintje bij de warming-up. We houden hoop.

Corona: statement omtrent Lustrum

Lieve voetballiefhebbers,

Vanavond zou het legendarische Lustrumgala hebben plaatsgevonden. Het loopt even anders, maar de volksgezondheid is toch net even wat belangrijker. Concreet betekent dat voor de geplande Lustrumactiviteiten:

  • Zoals u al had begrepen – het Lustrumgala wordt verplaatst naar een ander moment.
  • Voor de Alumnidag (18 april) geldt hetzelfde.
  • De Slotdag (20 juni) blijft vooralsnog op de planning staan.

Uiteraard hadden we de viering van ons 10e Lustrum en 50-jarig bestaan iets anders voorgesteld, maar maakt u zich geen zorgen: uitstel is geen afstel. We laten ons verjaardagsfeestje niet zomaar schieten.

Bloed aan de palen!

Mede namens de GalaCie, uw Lustrumcommissie.

 

 

Opinie – Weg met die roze lichtgewicht ladies bal in het vrouwenvoetbal

Het onderstaand opinie-artikel is gepubliceerd op Leidenamateurvoetbal en in de Volkskrant.

Een lichtere voetbal voor vrouwen. Een buitengewoon onzalig idee, betoogt trainer Wietse Jelles.

Het vrouwenvoetbal is in ­Europa aan een onstuitbare opmars begonnen. Bezoekersaantallen stijgen gestaag, ook voor reguliere competitiewedstrijden. De gevestigde orde van Europese topclubs als Barcelona, Manchester United en Bayern München investeert meer dan ooit in hun vrouwentak om de hegemonie van Olympique Lyon te doorbreken. En in Nederland groeit het amateurvoetbal door de toestroom van meisjes en vrouwen – de vertegenwoordiging van het andere geslacht daalt in absolute aantallen.

Des te merkwaardiger de komst van de ‘ladies bal’: een bal met het ­minimumgewicht van 410 gram, doorgaans versierd met roze vlakjes, speciaal voor het vrouwenvoetbal ontworpen. Bij steeds meer clubs in Zuid-Holland zie ik ’m opduiken. Het scheelt maar 40 gram met een normale wedstrijdbal (450 gram), maar houd er een balletje mee hoog en iedere voetballer begrijpt dat dat een wereld van verschil maakt. Een lichtere bal dus voor vrouwen. Een buitengewoon onzalig idee.

Een inkoppertje: de wind heeft meer vat op de bal. Er werd de laatste jaren nogal eens geschreven over ­keepers in het vrouwenvoetbal, en vroeger werd er in het vrouwenvoetbal vaak van grote afstand op doel geschoten. Zo’n lichte bal maakt het er voor de doelvrouwen niet makkelijker op. Voor het onderscheppen van een lange bal door een verdediger overigens ook niet.

Het ziet er clownesk uit: de aanname van een strakke pass. Houd je voet stil voor het aannemen van een normale wedstrijdbal en je hebt ’m onder controle. Houd je voet stil voor het aannemen van de ladies bal en de bal springt anderhalve meter van je af. Het gevolg: combinatiespel kan de prullenbak in – dat wordt al snel flipperkastvoetbal. Het alternatief: de lange bal naar voren. Komt het ­niveau natuurlijk niet ten goede.

De allerbelangrijkste reden: de ­fysieke ontwikkeling van speelsters. Wie vorig jaar de VS op het WK in Frankrijk heeft zien spelen, kon zien dat de Amerikanen niet alleen op mentaal en technisch vlak voorlopen op de rest van de wereld. Ook fysiek zijn ze veel verder. De snelheid en precisie waarmee ze de bal lieten rondgaan – ook een pass over 40 meter is strak in Amerikaans vrouwenvoetbal – werd het hele toernooi niet geëvenaard door de andere deelnemers. Het laatste dat we daarom nodig hebben, om over vier jaar alsnog dat goud te pakken, is een generatie voetbalvrouwen die altijd met een 10 procent lichtere bal heeft gespeeld.

Tot slot roept de feminist in mij: spelen met een lichtere bal is helemaal niet nodig. Vrouwen kunnen prima met een bal van 450 gram overweg. Mijn dames leggen met deze bal in hun 4de klasse dikwijls een mooiere pot op de mat dan onze heren in de standaard 4de klasse. Spelen met een lichtere bal voelt dan ook als het maken van het verkeerde statement: vrouwenvoetbal zou aangepaste regels en voorzieningen nodig hebben. Dus vrouwen, neem jezelf serieus. Weg met die roze lichtgewicht ongein.

Wietse Jelles is trainer van Vrouwen 1 en 2 van de Leidse studentenvoetbalvereniging LSVV ’70.

Update: op 28 februari reageerde schrijfster Carolina Trujillo met een gelijkgestemd column in het NRC. Ook oud-bondscoach Vera Pauw liet op Twitter weten geen heil te zien in de Ladies bal:

Zondag 2 struikelt over Center Court én ASC 4

Na de met 3-1 verloren wedstrijd tegen Leidsche Boys moest Zondag 2 van de Leidsche Studenten Voetbalvereniging zich herpakken om zondag weer te kunnen schitteren. Er werd afgelopen maandag al gelijk hoop geput uit het bericht dat de ALV van Leidsche Boys besloten heeft de stekker uit de club te trekken na dit seizoen.

Het Leidsch Dagblad en Unity.FM wisten te melden dat het einde van de Leidse volksclub werd ingegeven door een besluit van de gemeente met betrekking tot het terrein, maar de mannen van Zondag 2 zullen daar hun bedenkingen over hebben. Ondanks het verlies kwamen de studerende voetballers vorige week de tweede helft goed uit de kleedkamer. Helaas wisten de elf mannen onder leiding van gelegenheidsaanvoerder Pieter Verstappen na een ijzersterke eerste 15 minuten niet het verschil te maken. Toch zal dit kwartier prachtvoetbal voldoende angst bij de Leienaren hebben ingeboezemd, waarna zij zeker en vast het zekere voor het onzekere hebben genomen.

Het moest beter deze week. Er moest geoogst worden van wat er in de vorige wedstrijd gezaaid was. Elke LSVV’er weet dat als er tegen ASC gespeeld moet worden, er altijd gelijk een link wordt gemaakt met het grote Ajax uit de hoofdstad des lands. ASC is namelijk ontstaan uit een fusie tussen Cricket- en Footballclub Ajax en LAV De Sportman, we noteren het jaar 1918. Tot een jaar eerder was Ajax nog een Leidsche vereniging, maar nu zocht het zijn heil in Oegstgeest, waarna het fuseerde en de Ajax Sportman Combinatie het levenslicht zag.

Voldoende over de historie van de tegenstander, terug naar het voetbal. Hoe strak de kantine en het kleedkamercomplex er op Sportpark Overveer bij lag, hoe anders was dat met het hoofdveld. De lokale landheer had waarschijnlijk een paar uur voor aanvang van de wedstrijd zijn vee de mogelijkheid gegeven om op het heilige gras aan de Abtspoelweg te grazen, want het lag er mooi omgeploegd bij. Helaas startte Zondag 2 de wedstrijd niet als een huppelende koe die weer de wei in mag, maar meer als een koe die richting het slachthuis sjokt. Gelukkig kwamen de jongens in het Rood en Wit beter in het spel en werden er ook kansen gecreëerd. Het initiatief werd langzaam maar zeker in eigen hand genomen en het lukte ingeleende spits Paul zelfs om met het hoofd gevaarlijk te worden. Maar toen het er naar uitzag dat Erik van Seventer zijn goal zoals gewoonlijk schoon ging houden in de eerste vijfenveertig minuten, sloeg het noodlot toe. Een doorgewinterde routinier van ASC 4 wist tot zijn eigen verbazing én die van zijn ploeggenoten met een bekeken bal Erik te verrassen, waardoor 1-0 als ruststand moest worden genoteerd.

In de rust werd er geconstateerd dat het echt niet slecht ging en met wat tactische analyses van aanvoerder Dick en inmiddels graag geziene invaller bij Zondag 2, Wietse Jelles, begaf het team zich via de spelerstunnel weer naar het centercourt. Helaas ging het in deze tweede helft volledig mis. De tegenstander had haar ogen in de eerste helft goed de kost gegeven en had dit in de rust vertaald naar een nieuw technisch plan. Dit plan resulteerde in het vastzetten van spelers waardoor Zondag 2 geen fatsoenlijke opbouw kon bewerkstelligen. Al snel kregen de Leidsche studenten de 2-0 en 3-0 om de oren. Je zag dat de koppies gingen hangen en ook rushes van Wietse, Pieter of Sol bleken niet de uitkomst. Nadat het enige lichtpunt van de tweede helft een schot van Jelles was, dat hij gekeerd zag worden door de keeper, floot de scheidsrechter af bij een 5-0 eindstand.

Onder de douche kon er al snel worden gereflecteerd dat dit niet de weg omhoog was en dat er sneller moest worden geschakeld tussen systemen. Deze geluiden geven dan ook gelijk weer hoop om de volgende wedstrijd gewoon weer punten te pakken. In het eerste weekend van februari zal Zondag 2 het opnemen tegen Foreholte en zal daarom afreizen naar Sportpark Elsgeest. Hopelijk zal er daar beter voetbal op een veel betere mat worden gelegd. Aftrap om 12.00, we zien u graag!
Uw verslaggever.

Dames 1: Slag bij Rijpwetering markeert victorie no. 7

Van harte welkom in Rijpwetering! Rijpwetering is gemoedelijkheid! In Rijpwetering staat iedereen voor elkaar klaar: papa’s en mama’s moedigen hun dochters op het voetbalveld aan, de Technische Commissie steekt zonder morren z’n handen in het vuur voor het trainingsschema van de pupillen – ook als dat niet in het geding is – en de buschauffeurs rijden niet op tijd, maar wel op kwaliteit. En in Rijpwetering houdt een trainer vooral z’n mond. Dat geschreeuw met al die aanwijzingen de hele tijd? Voor niemand leuk. Vroeger stond er trouwens ook nog eens een bloedmooie dame uit De Veen achter de kassa van De Halte, maar die schijnt Rijpwetering te zijn ontgroeid. Kan gebeuren.

Rijpwetering had tot gistermiddag, pakweg 15:45 uur, een droom. Niks geks, want je moet ook weer niet naast je schoenen gaan lopen. Nee, heel eenvoudig: drie puntjes binnen de net-niet symmetrische gietijzeren poort van het Hertogspark houden. Gewoon leuk, lekker winnen. En alles klopte: lekker weer, biljartlaken van kunstgras, fitte Bouwmeester, fitte Veilbrief, kraakheldere strategie (Bal? Naar voren!). En het allermooiste? De oh-zo-hoogopgeleide stadsmeisjes van LSVV ’70 zaten te krap in de selectie. Ja, wat doe je dan? SPELEN!

Als makke lammeren struikelden de Leidse studentes bus 56 naar Leimuiden uit. Een midweeks hoofdstuk uit het bekeravontuur nog in de benen, geen wissels, nauwelijks hoop. Zo moesten de 4000 Spartanen bij Thermopylae zich hebben gevoeld toen in 480 v. Chr. een miljoen Perzen de bergpas beklommen, die de Spartaanse koning Leonidas wilde verdedigen. Maar dan! Plotwending! Licht, warmte. Energie! Als een zon die na een striemende stortbui z’n stralen over je aangezicht stort. Wytske van Haga. Op een sfeerloos stuk parkeerplaats in Rijpwetering, met een sporttas over d’r schouder.

Rijpwetering kwam die klap niet meer te boven. Gisteren niet, vandaag niet, morgen niet. Loos legde er na 8 minuten een doorsnee schoonheid in van een meter of 35. Ondanks een sublieme Angenent kwam het paars-grijs nog even op gelijke hoogte, maar Rietveld en Ari (De Jong Junior mag niet meer) schoten de droom aan gruzelementen. Rusman verloor drie vingers aan de frustratie van de vrindelijke gastvrouwen, maar pingelde vrolijk verder. Vargas Navarro, Klaassen en Ari spotten met het begrip ziekenboeg en worden komende week bij Defensie voorgedragen voor een onderscheiding voor Dapper Gedrag in de Militaire Willems-Orde. Bijl (Woman of the Wedstrijd!) en Van Dam gaven een lesje instappen en omschakelen, en oh oh oh, wat werd er zo nu en dan lekker onder de wanhopige pressie uitgevoetbald.

Loos mocht nog even aanleggen van 11 meter: 1-4. ROAC mag de borst gaan nat maken voor de return: als LSVV met een complete en fitte selectie op het WMS verschijnt, komen ze in Rijpwetering niet meer aan dromen toe met al die slapeloze nachten.

De halte naast de Halte, stralende selectie (minus de fietsers en Van Haga) na het demasqué van ROAC. Staand, van links naar rechts: Ari, Vargas Navarro, ’t Hert, de Botte Bijl, Zas/Loos, Amesz. Op de bidons: Klaassen. De zeemeermin: Rietveld.

LSVV’70 gaat bijna het lustrumjaar in, hierbij alvast de introductie van de lustrumcommissie

50 jaar geleden gebeurde er iets wat niemand had voorzien. Naast de geboorte van de plaatselijke studentenvoetbalclub LSVV´70 in Leiden, mocht Nederland ook het Eurovisie Songfestival organiseren. Lenny Kuhr kreeg met het liedje De Troubadour 18 punten. Evenveel als Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Nederland trok aan het langste eind in de loting en in 1970 werd in RAI Amsterdam het Eurovisie Songfestival gehouden. Het werd met 12 deelnemende landen de dunste bezetting sinds 1959. 50 jaar later mag Nederland opnieuw het Eurovisie Songfestival organiseren, na het ongekende succes van Duncan Lawrence. Dit keer is Ahoy Rotterdam de plaats waar het moet gebeuren. De vraag is hoeveel toeschouwers hierbij aanwezig zijn, want 2020 is ook het jaar van de 10e lustrum van LSVV ´70!

viagra natural en herbolarios, click here, precio cialis, visit

Verschillende hoogwaardigheidsbekleders hebben al aangegeven het Songfestival te willen latenschieten voor het lustrum van LSVV: Henri Lenferink, Simon Cziommer, Karel Stolker, Alexander Pechtold, Jens Toornstra, Maxima en Wim Rijsbergen. Opperbaas Wietse Jelles zal zijn heuse connecties gebruiken om zoveel mogelijk mensen uit te nodigen. Gerucht gaat dat Danielle van de Donk wellicht wel aanwezig zou zijn.

Ook de oude garde van LSVV, die het songfestival in 1970 nog hebben meegemaakt, zullen er volgend jaar bij zijn. Spelers die bij de oprichting aanwezig waren tot en met de meest jonge aanwinsten van de club. Onze praeses Pensionado / Nestor van LSVV Job Weststrate zal hiervoor zorgen.

Wie financiën zegt, zegt John Koesveld. Jarenlang heeft deze man aan het financiële huis van LSVV gebouwd. Hij is de uitstekende man om de miljoenen sponsorgelden die binnenkomen in goede banen te leiden.

Een lustrum zonder bier is geen lustrum. Op elk veld zal er een bar en een karaoke set staan. Lorena Vargas Navarro zal ervoor zorgen er genoeg te drinken en te zingen is.

Om de gemiddelde leeftijd van de lustrumcommissie wat te drukken, sluit Marc Hennen zich als laatste lid aan bij de lustrumcommissie. Gerucht gaat dat hij zelf niet weet welke functie hij bekleedt.

50 jaar LSVV, komt allen!

Met vriendelijke groet,

Wietse JellesJohn Koesveld
Job Weststrate
Lorena Vargas Navarro
Marc Hennen

Ongeslagen LSVV 5 op weg naar beste seizoenstart sinds de naamwisseling

Vijf uit vijf. Zowel in de beker als in de competitie is het recreantenteam van LSVV ’70 voortvarend van start gegaan. Met maar liefst 6-0 werd Sporting Leiden aan de kant gezet. Een overwinning die overschaduwd werd met brakheid, bier, blessures en drie gemiste kansen van wannabe-captain Cnossen.

De aanloop naar de wedstrijd begon goed: zoals altijd had dhr. D. van Berkel last van zijn hamstring. Hij ging kijken of hij mee kon doen, maar besloot uiteindelijk dat hij 90 minuten kon volmaken. Classic Theo.

Voor de start van de wedstrijd waren maar liefst achttien man aanwezig. Met een strak tenue, brakke koppies en een lichte alcoholdamp mochten ze eerst opdraven voor de teamfoto. Hoewel afgesproken was dat daarna de voltallige selectie gezamenlijk een warming-up zou doen, stonden er maar vijf man opgewarmd aan de aftrap.

De eerste helft begon daarom erg slecht. Ballen kwamen over 5 meter niet aan. Dhr. Schelvis werd elke keer de diepte ingestuurd, terwijl de bal over de achterlijn zeilde. Mensen werden bij corners niet bereikt en de tegenstander werd met counters nog behoorlijk gevaarlijk. Het dieptepunt werd bereikt toen captain Hennen dhr. P. van Berkel van tactische inzichten wilde voorzien, waarop de nummer 9 antwoordde: “Ik heb mijn eigen tactiek.” Gelukkig werd net voor de pauze, na enig druk zetten en een vlijmscherpe pass van dhr. Cnossen, de bal in het doel gewerkt door dhr. Hennen.

De captain had in de rust de mannen weer op scherp gezet en wissels toegepast. Het leek hem een uitstekend idee om te rouleren met de aanvoerdersband, inzake dhr. Cnossen was dit echter aan dovemans oren gericht. Pesten gebeurt blijkbaar niet alleen op het schoolplein, want voor de wedstrijd begon had dhr. Cnossen de band al afgepakt van dhr. van Ouwerkerk. Een typerend beeld van een 12-jarig jongetje dat vast zit in het lichaam van een 23-jarige. Classic Victor.

De tweede helft begon een stuk beter dan de eerste, voornamelijk wat betreft het afmaken van kansen. Toen dhr. Cousin, dhr. Cnossen (2x), dhr. Tellam en dhr. Velthuizen de score hadden uitgebreid en de tegenstander door blessures met tien man kwam te staan, was de wedstrijd gespeeld.

Dit werd pijnlijk duidelijk toen de schiettent geopend werd en de keeper een goede sta-in-de-weg bleek voor dhr. Cnossen en dhr. P. van Berkel. Gelukkig heeft laatstgenoemde een ‘eigen tactiek’, wat dat dan mag zijn mag Joost weten. Met zes punten uit twee wedstrijden kon eindelijk het bier vloeien, vlees gegeten worden en koppen kaal geschoren worden. Hulde!

1 2 3 17